Risico

De kracht van #meedoeniswinnen en “inclusie” ervaarde ik vorige maand. Ik schreef een subsidieaanvraag voor een project waarbij de ervaringsdeskundige de verbindende factor is in het hersteltraject. Ik zag deze subsidieoproep voorbij komen op Twitter en dacht: “wellicht kunnen we daar binnen de kliniek wat mee”. Ik seinde de psychiater in over deze subsidie. Zij mailde mij terug: “goed plan, wil jij een voorstel schrijven”?

Ineens voelde ik druk. De verantwoordelijkheid om deze subsidie binnen te halen, drukte zwaar op mij. Ik zou iets moeten presteren. Ik dacht na over wat we met deze subsidie zouden kunnen binnen de kliniek. Het was een zooitje in mijn hoofd. Bovendien voelde ik me al een tijdje depressief. Gestructureerd nadenken en concentreren zijn dan moeilijk, zo niet onmogelijk. Ik wist wel waar ik heen wilde, maar de woorden wilde zich niet ordenen in mijn hoofd.

Ik dacht: “laat maar zitten, dit kan ik niet”. Eigenlijk was ik bang, bang om te falen. Bang dat men mijn ideeën stom of niet realistisch zouden vinden. Bang om een risico te nemen. Ik besprak de warboel in mijn hoofd met een psychologe. Met haar heb ik de herstelgroep chronisch depressie opgezet, die ik wekelijks (vrijwillig) mag begeleiden. Het lukte me niet om helder te formuleren. Ze moest vast de paniek op mijn gezicht hebben gezien. Ze bleef rustig, stelde mij goede vragen en droeg ideeën aan. Diezelfde ochtend had ik de deelnemers van de herstelgroep al naar hun ideeën gevraagd.

Ik fietste naar huis en ineens begonnen de ideeën zich te vormen tot woorden. Mijn oog viel op het rode armbandje om mijn rechterpols. Ik las #meedoeniswinnen. Natuurlijk! Mijn armbandje heeft gelijk: ik kan gewoon meedoen! Krijgen we de subsidie niet, dan vergaat de wereld niet. Krijgen we de subsidie wel, dan ga ik me dán pas zorgen maken of ik de projectleidersrol wel kan en wil dragen. Thuisgekomen vroeg ik de psychiater of zij hoofdaanvrager wilde zijn. Ze zag wat ik wilde bereiken met de subsidie en stemde toe.

Ik haalde diep adem en begon met het schrijven van het projectplan voor de subsidieaanvraag. Ik mocht helemaal zelf bedenken wat ik erin ging zetten. Ik wist dat ik kritiek zou moeten verdragen op mijn conceptaanvraag. Ik nam een risico. Eerder schreef ik een blog over hoe lastig ik het vind om met kritiek om te gaan. Nu kreeg ik de kans om te oefenen. Ik stuurde mijn voorstel naar de hoofdaanvrager. Zij las de eerste versie en gaf mij kritiek terug.

Tot mijn verassing kon ik haar kritiek verdragen. Zij had heel goed begrepen wat de essentie van mijn plan was. Haar kritiek kraakte mij niet af, maar maakte mijn subsidieaanvraag juist beter. Haar punten leidde tot het scherper neerzetten van de probleemstelling en het einddoel. Haar punten beperkte zich tot de hoofdlijnen en ze had geen kritiek op details of schrijfstijl. Kortom, ze liet mij helemaal in mijn waarde. De bestuurlijk verantwoordelijke, die moest mee tekenen, gaf mij complimenten over de helderheid van de aanvraag. Ik was gewend om aan kritiek altijd het gevoel over te houden dat ik gefaald heb, dat ik het niet goed gedaan heb. Deze keer ervaarde ik de kritiek als steunend en helpend. Een wonderlijke ervaring.

Ik voelde me gezien. Ik voelde mij een gelijkwaardige gesprekspartner. Er werd niet alleen geluisterd naar mijn ideeën, ik kreeg zelfs alle kans om ze uit te voeren. Bovendien kreeg ik de steun die ik nodig had. Ik kon de aanvraag namelijk niet alleen indienen. Ik had de formele steun van de hoofdaanvrager en de bestuurlijk verantwoordelijke nodig. De bestuurlijk verantwoordelijke, die ik helemaal niet ken, stond zomaar achter mijn aanvraag.

Ik nam een risico.
Ik werd behandeld als een gelijke.
Ik werd voor vol aangezien.
Ik mocht meedoen.

Nu maar duimen dat we het project mogen gaan uitvoeren!

Dit blog schreef ik als gastblog voor de Socialrun.

Een uitnodiging

“Zou je een blog voor de Socialrun willen schrijven?”, vroeg Frank mij. Ik voelde me vereerd en antwoordde: “Natuurlijk, wat is het onderwerp en wanneer wil je het hebben?” “Dat mag je helemaal zelf weten, zolang het maar de waarden van de Socialrun laat zien”, was zijn reactie.

Lastig. Ik heb liever een zwart/wit antwoord. Duidelijkheid, grenzen, communicatie over verwachtingen, waar ik dan aan moet voldoen. Of beter gezegd, verwachtingen die ik dan kan overtreffen, zodat ik andere mensen blij kan maken. Zijn antwoord was een grote grijze wolk van mogelijkheden. Ik probeer het deze keer anders te zien. Ik probeer nu kleuren te zien. Ik mag schrijven over wat mij bezig houdt. Over wat ik belangrijk vind.

Mijn geest slaat op hol, bij voorkeur ‘s avonds in bed, als ik eigenlijk wil slapen. De keuzemogelijkheden stapelen zich op. Ik wil zoveel vertellen. De Socialrun is zoveel meer dan een estafetteloop van 555 km in 48 uur door Nederland. De Socialrun staat voor #meedoeniswinnen. Staat voor inclusie en destigmatisering van mensen met een psychische kwetsbaarheid.

Om mijn arm draag ik een blauw en een rood Socialrun armbandje. Nu heb ik nog vaak een trui aan en zijn de armbandjes niet altijd zichtbaar. Soms vraagt iemand mij: “wat is dat eigenlijk, die Socialrun”. Enthousiast begin ik dan te vertellen over de estafette waar ik in september met een eigen team aan mee mag doen. Tegen de tijd dat ik aan kom bij ‘waar het eigenlijk om draait’, merk ik dat ik zenuwachtig word. Dat ik zelfs wat schaamte voel. Dat ik bang ben, voor de vragen en reactie van anderen. Bang voor negatieve reacties vooral.  

Straks wordt het lekker weer. T-shirt weer, dan zijn de armbandjes beter zichtbaar. Ik wil graag vertellen over hoe ik het leven met een chronische depressie vind. Ik schaam me ook voor mijn psychische kwetsbaarheid. Ik schaam me als ik vertel dat ik nu al ruim 2 jaar niet meer werk. Ik voel me minderwaardig. Ik ben bang voor het stigma. Ik ben bang dat anderen mij ook minderwaardig vinden. Ik wil wél vertellen, want ik wil de wereld een klein stukje beter maken. Blij ben ik dus, als mijn armbandje een uitnodigende vraag oproept. Het blijft een split-second inschatting wat ik de persoon over mijzelf wil vertellen.

Ik ‘moet’ er meestal wél, tussen neus-en-lippen door, vermelden op enig moment dat ik wél 16 jaar als accountant heb gewerkt, samen mét mijn chronische depressie. Op het moment dat ik dat vertel, voel ik de verbazing van mensen. Ik voel ook meteen dat ik er dan wél mag zijn. Alsof ‘accountant zijn’ mijn bestaansrecht geeft. ‘Accountant zijn’ geeft in ieder geval aan dat ik niet ‘dom’ ben. Stigma komt niet alleen van die ander. Stigma zit ook in mijzelf. Niet dat ik mezelf zielig vind, maar ik ga er per definitie van uit dat die ander mij ook wel waardeloos zal vinden. Ik dicht die ander een rol toe uit automatisme, zonder te checken of die rol wel passend is.

#meedoeniswinnen, is mijn missie van dit jaar. Ik kan deze missie gemakkelijk koppelen aan het hardlopen. Het laatste jaar probeer ik niet zozeer de voldoening te halen uit sneller en verder hardlopen, maar ik probeer de voldoening te halen uit het meedoen. Op 17 maart start ik met het team van #geefonskleur in Vaals om vanaf daar naar Maastricht te rennen. De kans is heel reëel dat ik wel kan starten maar niet kan finishen. Ik vind het enorm eng om te starten, omdat mijn voorbereiding niet perfect is door een enkelblessure. Mijn zelfvertrouwen was bij mijn eerste marathon gebaseerd op de gedachte: “volg het schema en dan komt het goed”.

Ik zal nu moeten vertrouwen op de kracht van de uitnodiging.
De uitnodiging om met het team mee te rennen.
De uitnodiging om door middel van het dragen van het bandje mijn verhaal te mogen vertellen.

Rennen in kleur

Als ik ren kom ik alle kleuren van de regenboog tegen. Ik loop op ‘geel’ als ik door de duinen over de gelige zandpaden ren, het liefst onder de gele zon. Ik loop op ‘groen’ als ik door het groene gras ren of in de verte de groene weilanden zie. Op ‘zwart’ of ‘rood’, loop ik, als ik op het asfalt ren, kijkend naar het blauwe water van de Amstel. Ik loop op ‘bruin’ als ik op de onverharde paden door het bos ren. Af en toe heb ik echt mazzel, dan mag ik op de witte sneeuw rennen met de strak blauwe lucht boven mij. Als ik de wereld in kleur zie, geeft dat mij een heerlijk vrij gevoel.

Op 17 maart ren ik samen met het team van #geefonskleur van de Socialrun de heuvellandmarathon, van Vaals naar Maastricht. Het beloofd een prachtige tocht te worden. Ons team bestaat uit mensen met of zonder een psychische kwetsbaarheid. Psychische problemen zijn nooit zwart-wit. Met #geefonskleur gaat ieder van ons het gesprek aan over psychisch lijden.

Eind vorig jaar kreeg ik de mogelijkheid om met dit team mee te lopen. Ik was rusteloos, had een hardloopmotivatiedip en was zoekende naar een nieuw doel. Dit doel spreekt mij persoonlijk aan. Ik besloot te kijken hoe het is om samen met een team naar een marathon toe te leven. Spannend, met allemaal mensen die ik niet ken. Er werd een app groep opgestart en de uitnodigingen om mensen op Strava te volgen stroomden binnen. Moest ik deze uitnodigen nu accepteren of niet? Het was sociaal wenselijk om dit wel te doen. Ik had er gemengde gevoelens over. Ik maakte mijn twijfel kenbaar in de app groep. Gelukkig was ik niet de enige, ik besloot de uitnodigingen te accepteren.

Eigenlijk was ik wel nieuwsgierig of ik met mijn eigen onzekerheden om kan gaan. Aan de ene kant vind ik het leuk om mijn loopjes te delen en vind ik het leuk om te zien hoe de anderen trainen. Aan de andere kant ga ik ook vergelijken op prestatie. Ik raak ontmoedigd (zwart) als ik zie dat iemand een ‘rustig’ duurloopje gedaan heeft, in een tempo dat voor mij gelijk staat aan een spinttempo. Ik voel me dan een slome slak. De twijfel slaat toe. Ben ik wel goed genoeg om met dit team mee te rennen? Kan ik niet beter voor de ‘kwart’ kiezen in plaats van de ‘hele’? Straks moeten ze bij de finish op mij wachten. Ik voel me onrustig (bruin) en wat gefrustreerd (rood) en jaloers (groen), als ik zie dat iemand “even” een halve marathon als training loopt.

Ik houd me vast aan het Sportrustenschema (zwart/wit), waarbij mijn maximale training 14 km is en mijn hartslag leidend is voor het tempo. Ik wil óók graag meer kilometers rennen. Ik wil óók graag sneller worden. Het is zoeken naar balans. Ervaren wat mijn lichaam aan kan. Niet te veel en te vaak in het ‘rood’ lopen. Ervaren dat dat mijn hoofd zich aan mijn lijf zal moeten aanpassen en niet andersom. Mijn eerste en belangrijkste doel is tenslotte: “heel aan de start van de marathon verschijnen”.

Ik voel me gesteund door mijn eerdere marathonervaring in Leiden (afgelopen mei), die ik uitliep met het Sportrustenschema. Ik voel ook twijfel, het herstel van mijn blessure duurt langer dan de vorige keer. Ik kan nooit meer alle trainingskilometers maken volgens het schema. Het is nog maar 6 weken. Het is vooral een mentale uitdaging. De uitdaging om toch blijven doortrainen. De uitdaging om straks gewoon te starten met in mijn achterhoofd dat de voorbereiding minder goed was dan de vorige keer. Starten met de onzekerheid of ik zou kunnen finishen. Starten met als missie #meedoeniswinnen. Starten met als missie ‘genieten van de prachtige omgeving’.

Op dit soort moeilijke momenten kijk ik naar mijn rechterpols. De pols waar ik mijn Socialrun armbandjes om draag. Op de rode staat #meedoeniswinnen. Op de blauwe staat #geefonskleur. Ik haal dan een paar keer diep adem er probeer de prestatiedruk, die ik mijzelf opleg, van mij af te laten glijden.

Ik ervaar de warmte (geel) van de groep. De bemoedigende woorden, die ik ontving toen ik geblesseerd was, gaven mij steun. De ontvangen kudo’s op mijn trainingen, zorgen voor blijdschap (blauwe lucht). Het is verfrissend (als groen gras) om de opmerkingen van de groepsgenoten te lezen. Zelf vind ik het leuk om kudo’s uit te delen. Te lezen over de blijdschap van een geslaagde training en steunende woorden te kunnen geven bij tegenslag.

Bijzonder vind ik de band die nu al ontstaat. We hebben elkaar nog nooit ontmoet en toch heb ik het idee de groepsleden al wat te kennen. Er is verbinding door het hardlopen. Er is verbinding door het delen van foto’s. Er is verbinding door de missie die we met zijn allen uitdragen.

We zijn een kleurrijke groep mensen.