Marathon dag

Vaak had ik M-day gevisualiseerd. Zaterdag 24 april was het eindelijk zover. Het was lekker weer. Niet te warm, niet te koud. Op een zelfgekozen tijdstip stond ik op een zelfgekozen plek om aan mijn eigen uitgezette marathonroute door de duinen te beginnen. Tot mijn verrassing er stonden twee mensen bij de start om mij uit te zwaaien. Ik kreeg een zakje met een mooi glad wit steentje (kracht & doorzettingsvermogen) en twee muntjes (geluk) mee voor onderweg. Ik zou ze alle drie hard nodig hebben.

Na de laatste succes wensen in ontvangst genomen te hebben, begon ik aan het eerste deel. Onwennig, bang voor de pijn die zou komen, een beetje zenuwachtig en ook opgetogen rende ik de eerste kilometers. Ik kwam lastig in mijn ritme en was nog aan het bijkomen van de indrukken bij de start. Het ontroerde me dat ze de moeite hadden genomen om mij uit te zwaaien en dat ze speciaal voor mij een zakje kracht, geluk en doorzettingsvermogen had meegenomen.

Ik bedacht me hoeveel geluk ik had, dat het juist vandaag prima hardloopweer was. Dat zeven mensen mij vandaag (al dan niet virtueel) ondersteunden en volgenden via LiveTracking. Ik putte kracht uit het feit dat op het tien kilometerpunt mijn eerste meeloper op mij wachtte. Ik liep langs een kudde wilde paarden, zij hielden keurig afstand. Ik maakte een kleine omweg van het pad af om een paar Schotse Hooglanders te ontwijken en begon aan de eerste zware klim van de dag.

Na ruim een uur kwam ik bij het bevoorradingspunt. Ik nam de tijd om banaan te eten en cola te drinken. Het zonnetje scheen. Mijn meeloper was er klaar voor. Ik voelde me opgelucht, het leek alsof ik het zwaarste stuk nu gehad had. Al kletsend renden we verder. Het voelde meteen al lichter. Zo samen. Mijn hartslag leek spontaan 10 slagen lager.

Rond km 18 voelde ik de eerste flinke pijnen in de spieren aan de buitenkant van mijn knie. Ik herkende die pijn. Ik schrok ervan. Ik had hier al maanden geen last meer van gehad. Het was te vroeg! Het zou vast nog erger worden. Ik moest een manier vinden om met de pijn om te gaan. Ik was teleurgesteld. Ik had toch niet al die lange duurlopen in de duinen gedaan om nú al pijn te hebben? Ik was beter getraind dan ooit.

Het was tijd om ‘doorzettingsvermogen’ uit het zakje halen.

Ik besprak mijn zorgen met mijn meeloper. Ze vroeg me of ik pijnstillers mee had. Dat had ik. Ik was allang vergeten dat ik die mee had. We maakte een plan. De zware strandopgang rond km 22 zou ik toch wandelen, dan zou ik ook de pijnstillers slikken. Vrijwel direct na ons besluit, werd te pijn minder. Wonderlijk, wat delen van leed kan opleveren.

De strandopgang was behoorlijk pittig, veel los zand. Echter ‘wat omhoog gaat, gaat ook weer naar beneden’ en we renden met een glimlach en grote stappen (zand scheppend in de schoenen) naar beneden naar het vlakke harde strand. Windje mee, goed gezelschap, zó was het hardlopen heerlijk.

Op km 25 stond mijn tweede meeloper ons op te wachten met eten en drinken. Ik had hem al een tijdje niet gesproken, hij liep de derde etappe met mij mee. Samen hardlopen is een uitstekende manier om bij te kletsen. Althans ik beperkte me voornamelijk tot luisteren, hij deed het praatwerk. De route was prachtig. Ik klaagde wat over de pijn in mijn buik. Het verteren van eten en drinken deed pijn, dat was na de eerste bevoorrading ook zo geweest. Ondanks dat ik eten en drinken geoefend had tijdens de training. Ik wist dat dat na een kwartiertje wel weer zou wegtrekken, even op mijn tanden bijten en me laten afleiden door nóg een onverwachte meeloper hielp.

Midden op het pad stond een reusachtige Schotse Hooglander. Er omheen gaan (zoals ik eerder gedaan had) was hier geen optie. Doornstruiken aan beide kanten van het pad boden geen ruimte tot uitwijken. Mijn hartslag (en tempo) gingen flink omhoog terwijl ik langs hem snelde.

Een paar kilometer verder liep de route over een drassig pad. Het leek erop dat we er door konden zonder natte voeten te krijgen. Helaas, het pad was drassiger dan ik dacht. Toch natte voeten. Ik maakte een omtrekkende beweging om de rest van het water te vermijden. Een andere loper liep langs ons en zei “een beetje natte voeten hoort erbij toch?”. Ik riep hem toe, dat ik dat normaal gezien niet erg vond. Dat ik vandaag nog ‘maar’ 10 kilometer te gaan had na er al 32 gerend te hebben!  Hij riep ons toe: dan loop je dus een marathon vandaag!?!

Ik voelde me trots. Op dát moment wist ik dat ik het ging halen al moesten de zwaarste kilometers nog komen. De pijn in mijn buik was inmiddels weggetrokken. Mijn benen deden behoorlijk zeer. Maar de man met de hamer stond deze keer niet langs het parcours.

Regelmatig nam ik een slokje water uit mijn rugzak. Ik durfde het aan om een beetje energiegel weg te werken voor het laatste deel. Mijn buik deed deze keer niet moeilijk. De derde meeloper sloot aan. Nog maar zeven kilometer te gaan. Ik hield mijn hartslag in de gaten en bleef mijn eigen tempo lopen.
De laatste twee kilometers liepen we met zijn vieren. Mijn eerste meeloper was inmiddels ook weer aangesloten. Er werd gekletst, gelachen en de eindstreep kwam steeds dichter bij. Mijn meelopers verwonderden zich erover dat ik er nog zo goed uit zag, dat ik nog kon praten en lachen. Ik had het wél zwaar en had ook wél flinke pijn, maar doordat ik me zo gesteund voelde, kon ik ook lichtheid voelen en laten zien.

Mijn meeloper vroeg me of ik de victorie al kon voelen. Ik antwoordde dat ik het een onwerkelijk idee vond. In de ochtend was ik begonnen en na ruim vijf uur hardlopen had ik 42,3 kilometer afgelegd. ’s Avonds thuis bekeek ik alle appjes, foto’s en filmpjes die onderweg van mij gemaakt waren. Ik genoot na van de ervaring en de ondersteuning die ik onderweg gevoeld had.

Het zakje met geluk, kracht en doorzettingsvermogen lag voor me op tafel:
Ik had geluk gehad
ik had de kracht in mijn benen en hoofd gevonden
ik had het doorzettingsvermogen om een droom waar te maken.