Een kritisch onderzoek

Afgelopen week mocht ik kritiek geven op een voorstel voor een subsidieaanvraag. Ik voelde mij vereerd dat de onderzoeker hierbij aan mij, als ervaringsdeskundige, dacht. Ik vond het ook vreselijk lastig om kritiek te geven op het voorstel. Nog lastiger daarbij vond ik, dat ik de onderzoeker ken. Kritiek heeft voor mij een negatieve lading. Ik las haar mail nog eens terug. Ze vroeg zij mij om ‘commentaar’ te geven. Het woord ‘commentaar’ klinkt al een stuk minder negatief dan het woord ‘kritiek’. Dit kon ik wel, ik begon te lezen.

Ik vroeg mij een dag later af waarom ik het nu zo verschrikkelijk lastig vind om kritiek (ik hou het nog even bij het negatieve woord) te geven. Na enige soul-searching kwam ik erachter dat ik het zelf vooral lastig vind om kritiek te ontvangen. Vanuit mijn perspectief is het logisch dat een ander, kritiek ontvangen óók als negatief ervaart.

Voor mij is het een wonderlijke ervaring als de onderzoeker mij zegt, oprecht blij te zijn met mijn kritiek. Ik vind het moeilijk te geloven dat de ander dat positief kan ervaren. Diep van binnen, vertrouw ik de ander dus blijkbaar niet voldoende op haar woord. Eigenlijk zeg ik dan dat ze liegt. Tegelijkertijd weet ik (rationeel) dat ze niet liegt. Het vertrouwen is er dus wél, het ongeloof blijft.

Ik ervaar kritiek als een aanval op mij persoonlijk. Het kwam niet bij mij op dat een ander dat totaal anders kan ervaren. Blijkbaar kunnen anderen kritiek op werk (of gedrag) los zien van kritiek op hun persoon.

Ik doe alles om kritiek te vermijden. Dat leidt er toe dat ik een perfectionist ben. Als ik een opzet voor een rapport moet schrijven, zorg ik dat het er perfect uit ziet. Er staan geen spelfouten in, de zinnen zijn volledig, de lay-out is tip tip in orde. Alle mogelijke vragen en daarbij behorende antwoorden, worden ondervangen in het rapport. Kortom het document lijkt dan in niets op het resultaat van een eerste opzet. Rationeel weet ik dat perfectie niet bestaat, er komt altijd kritiek. Door mijn manier van denken maak ik mijzelf juist kwetsbaarder en gevoeliger voor kritiek.

Kritiek ontvangen, staat voor mij gelijk aan falen. Ik word dan geconfronteerd met (bijvoorbeeld) een vraag, die ik niet had voorzien. Ik heb mijn werk niet goed gedaan. Ik had die vraag moeten voorzien en moeten beantwoorden. Dan had ik ook geen kritiek ontvangen.
Ik ga er hierbij dan gemakshalve vanuit dat ik de gave heb om in andermans hoofd te kijken. Een volgende keer voeg ik het ontvangen kritiekpunt toe aan mijn (inmiddels lange) back-up lijst met kritiek. Ik zorg dat ik deze fout niet meer maak. Een volgende keer ben ik nog langer bezig om mijn stuk perfect op te leveren en nog kwetsbaarder voor kritiek.

Doordat ik kritiek op mijn werk (of gedrag) niet los kan zien van kritiek op mijn persoon, komt kritiek dubbel hard aan en ervaar ik altijd een gevoel van falen. Zeker als men dan besluit het project totaal over een andere boeg te gooien. Dan word ik boos. Had men dat mij niet eerder kunnen vertellen? Nu heb ik het fout gedaan, maar daar kan ik niets aan doen, want ‘jullie’ veranderen de regels van het spel. Ik voel alsof mij onrecht is aangedaan. Ik ervaar een enorm schuldgevoel, terwijl het niet mijn schuld/fout is. Ik vlieg vol in de weerstand, ga zitten mokken en schrijf uiteindelijk het stuk opnieuw. Met de nieuwe richtlijnen, weer perfectionistisch. Weer kwetsbaar voor kritiek.

Soms krijg ik zo genoeg van druk die ik hiermee mijzelf opleg, dat ik onder presteer of juist iets veel te moeilijks probeer. Bij het klimmen in de klimhal koos ik, soms expres een (te) makkelijke route uit, omdat ik dan zeker wist dat ik in één keer boven zou komen. Soms koos ik juist expres een veel te moeilijke route uit. Dan wist ik zeker dat ik (en anderen) niet van mij konden verwachten dat ik in één keer boven zou komen, dat was fysiek gewoon onmogelijk. Dat gaf rust, want dan kon ik (letterlijk) vallen en weer verder klimmen, zonder dat ik het vallen als falen zag.

Van de week gaf ik zelf kritiek op een onderzoeksopzet. Mijn kritiekpunt was eigenlijk dat de onderzoeksopzet 180 graden gedraaid moest worden. Ik voelde me vreselijk dat ik dit op ‘moest’ schrijven. Ik besloot het wél te doen. Ik moet tenslotte oefenen met (voor mij) tegen natuurlijk gedrag. Ik werd tenslotte uitgenodigd om mijn mening te geven. Ik drukte op “verzenden” in mijn mailbox en wachtte met samengeknepen billen op de reactie.

Ik was bang dat de onderzoeker boos op mij zou worden. Boos op mij, omdat ik eigenlijk zei dat ze het verkeerd aanpakte. In ‘mijn’ beleving zei ik eigenlijk tegen haar dat ze als mens niet deugde… Mijn rationele hoofd zei wel, dat deze conclusie niet klopt. Ze deugt zeker als mens. Ik vond alleen dat de onderzoeksopzet vanuit de verkeerde kant benaderd werd. Ik had kritiek op het werk, niet op de persoon. Ik kwam tot rust.

Haar reactie kwam, ze leek niet boos. Ze gaf aan dat ik met mijn reactie precies de pijnpunten van het voorstel blootlegde. Ik voelde een enorm gevoel van opluchting. Ik kreeg bevestiging. Ik had het ‘goed’ gezien. Ze was niet boos op mij. Later kwamen we elkaar toevallig in de wandelgangen tegen. Uit niets bleek dat ze boos op mij was, haar mimiek en woorden gaven nog steeds aan dat ze blij met mij reactie was.

Wonderlijk
Onwerkelijk
Ongelofelijk

Home

3 gedachten over “Een kritisch onderzoek”

  1. Goed verhaal! Het veelvoorkomende menselijke probleem van “niet tegen kritiek kunnen” en wat daar aan ten grondslag kan liggen heb je heel goed onder woorden gebracht, lijkt me ook eeg leerzaam voor anderen die hier last van hebben maar nog niet zo veel aan introspectie hebben gedaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *